Groeven

Oude man kijkt door het raam in de trein

Daar zit ik dan, half geschoren, zwaar vermoeid en doorgeleefd. Het is zo’n dag waarop ik elk sociaal contact wil mijden. Dat weet jij natuurlijk niet. Mijn indringende ophoepelblikken ten spijt kom je tegenover me zitten. Natuurlijk vervloek ik je. Mijn tijd in de trein breng ik graag eenzaam door, denkend over de dingen des levens. Ik mijmer en filosofeer over dingen die er niet toe doen. Naar mooie vrouwen kijken is plat.

Langzaam neem ik echter jouw beeld in me op. De kilometers op je teller zijn duidelijk zichtbaar, de diepe groeven in je gezicht en gebogen houding in je stoel zeggen voldoende. Terwijl ik je in mijn gedachten opneem, bedenk ik me hoe je leven geweest zou zijn. Je handen zijn, net als je gezicht verweerd en verbogen. Het gevolg van het jarenlange zwoegen tussen de oogsten of diep onder de grond in de duisternis van de mijnen. Een makkelijk leven, nee, dat heb je niet gekend.

Vroeger toen alles beter hoorde te zijn. Jij was nog maar een klein mannetje toen pastoor Pieters je in zijn biechthokje riep. Knielen zal je nooit meer. Je eerste dag in de mijn, bang en smerig. Zo moest de hel zijn. Je trouwde op je achttiende en voorzag vanaf je vijfentwintigste levensjaar al zes monden van eten. Nu zit je hier tegenover mij, in de trein.

Je eerste dag in de mijn, bang en smerig. Zo moet de hel zijn.

Je staart naar buiten. Waarom ben je alleen op deze lange reis? De bloemen in je schoot geven me veel meer vragen dan ik oplossen kan. Mijn beeld laat me denken aan je vrouw die je al jaren verzorgt. Je hebt besloten haar te verrassen met haar favoriete bloemen.

In werkelijkheid zal het misschien een tankstationbloemetje zijn voor je escort achter het station.

Ik schiet uit mijn coma, gedachten komen langzaam weer tot de orde van de dag. Waar zat ik met mijn hoofd?

Ik bekijk de oude man die tegenover mij heeft plaatsgenomen. Zijn gezicht is nors, hij kijkt me zuur en onbegrijpend aan. Zijn neus is rood uitgeslagen van – naar ik vermoed – een jarenlang alcoholprobleem. De handen van de man zitten onder een dikke groene korst. “Schurft?”, vraag ik me af. Hij pulkt aan de korst en gooit de stukjes schijnbaar achteloos om zich heen. Ik romantiseer te veel.

Niels Vandormael

Bookmark dit verhaal

Niels Vandormael

Studeert journalistiek, maar schrijft liever fictie dan feiten. Hoopt nog eens een boek te schrijven en wil met zijn hoofd op televisie belanden.