De jopper was niet nieuw meer en de regen won makkelijk van het textiel. De jas was ook al twintig jaar oud. Het oude embleem van de voetbalclub zat er nog op genaaid. Toch deed de man geen afstand van de jas. Gewoon, omdat hij nergens afstand van deed. Het ouderlijk huis beviel ook nog prima. Sinds vader was gestorven woonde hij er nu met moeder. En dat ging prima. Hij zorgde voor het huis en moeder zorgde voor hem. “Ja ik ga wel uit hoor”, vertelde hij vorige week aan de nieuwe buurman, “En ik werk veel hè? Je kunt niet aldoor maar thuis bij moeder zitten, hahaha”. Het was er met veel bravoure uitgekomen, maar de buurman had vrij snel een einde gemaakt aan het gesprek.
“Wat een loser, veertig jaar en woont bij zijn moeder”, zei hij ‘s avonds tegen zijn vrouw, “En dan vinden we het gek dat mensen soms doordraaien. Ik heb zijn slaapkamer gezien. Er staat bijna niks in, een televisie op een stoel en er hangen nog tienerposters. Kijk maar uit ‘s avonds als je hem ziet. Ik vind het een enge vent.”
Hij woonde vlakbij de kroeg. Desondanks was hij toch nog behoorlijk nat toen hij binnenkwam. De man vloekte. Niet omdat hij nat was, maar omdat ze er nog niet was. Hij kwam al jaren in het duistere café maar sinds Alida er werkte was hij er bijna elke dag te vinden. Moeizaam nam hij plaats op de plek waar hij elke dag zat, op de barkruk aan de bar, op de hoek. De barmeid die nu werkte kende hij niet eens en bracht hem het bier zonder hem een blik waardig te keuren. De man werd er onrustig van en schoof ongemakkelijk heen en weer.
‘Doe me nog een bier van je, Alida’, sprak de man met zijn warmste stem. ‘Ik heb de hele tijd op je gewacht.’
Twee uur verstreken. Er waren bijna geen mensen maar toch was het niet rustig. Op enkele meters van de man vandaan zaten vier mensen luidruchtig te discussiëren over politiek, buitenlanders en het geloof. Walgend draaide de man zich om. En toen zag hij haar. De deur ging open en Alida kwam binnen.
Alida was altijd vrolijk en bijzonder luidruchtig aanwezig. De man verstijfde helemaal, maar zijn ogen kregen lichtjes. Ze begroette hem zeer losjes met “Hoi” en liep op het tafeltje af waar de vier mensen verhit zaten te praten. Het lawaai nam toe, kennelijk kende Alida een van de personen aan het tafeltje. De man volgde elke beweging van Alida. Toen ze eindelijk achter de bar stond draaide hij zich weer om en leunde nonchalant met de ellebogen op de bar. “Doe me nog een bier van je, Alida” sprak de man met zijn warmste stem. “Ik heb de hele tijd op je gewacht. Ik heb je zo gemist. Je weet dat ik elke dag de band voel die we hebben.” Het was geen grap, hij keek doodernstig. Alida keek verbaasd op en een ogenblik was zelfs zij stil. ”Nou bedankt zeg”, zei Alida, “Nou kan ik de avond wel doorkomen, dat scheelt behoorlijk zo. Maar trek eerst eens dat vieze jasje uit, de lucht is niet te harden.”
Achter zijn rug trok Alida gekke bekken naar de vier debatteerders. Die lachten luidkeels. Alida liep naar het tafeltje. “Ik heb weer een leuke fan te pakken”, zuchtte ze, “En elke dag op die hoek van de bar, je wordt er gestoord van. Eng, brrr.”
De man hoorde het niet. De lichtjes in zijn ogen waren gedoofd en hij staarde sullig voor zich uit, de mond wat open. Hij zou zo eens richting huis. Alida was gewoon afgeleid, zij wist best dat ze bij hem hoorde. Hij kwam wel terug als Alida vrij was en die schreeuwers naar huis waren. Hij wachtte haar wel op, dan kon hij haar veel beter duidelijk maken wat hij van haar vond, zonder dat er iemand bij was. Ja, dat zou hij doen.
Gerard Jans




Leukste tot nu toe, vind ik dan
.
Herkenbaar en aandoenlijk. Goede toon.
Hmm… mooi geschreven. Eigenlijk twee verhalen in 1, want de 1e man hoeft niet perse de 2e man te zijn. Maar ook wel spooky. Mijn onderbuik zegt nu dat het niet goed gaat aflopen met Alida. En da’s best sneu… voor een karakter wat ik nog maar zo kort ken
Ik krijg een beetje hetzelfde gevoel als bij het lezen van een Kronkel van Carmiggelt. En dat is best een complimentje.
Het voor het meest sprekende verhaal tot nu toe.
Mooi en duidelijk beschreven, zit overal in een kroeg wel zo een persoon.
Mooi, deze. Erg mooi.