De vrouw zat tegen de boom in de late middagzon. De man rustte zijn hoofd op haar benen. Gras tussen de vingers. Achter het hek liepen mensen van eeuwen geleden. Terwijl zij het vuur uitvonden, herdefinieerden de vrouw en de man zachtjes de liefde. Ogen toegeknepen tegen de zon, lome glimlach in het hart. Aan haar lippen een vogeltje, ze floot een wijsje, voor hem, voor hen, voor ze het beestje zachtjes in het gras liet zakken. Keek toe hoe het dingetje met haar hulp rondhipte, zich liet vangen door haar camera. Voorzichtig legde ze zijn koele lijfje tegen haar wang.
De man sprak grote woorden, van perfect en van eeuwig, van nooit meer anders en van ideaal. De vrouw voelde de woorden maar wist dat de waarheid niet ontstaat door hem te bedenken. Maar hier, vandaag, vanmiddag, onder deze zongekuste boom, kon ze niet anders dan dit moment vereeuwigen in haar zenuwbanen. Zachtjes kroop de middag langs haar ruggengraat, meanderde door haar bloedbaan, spatte met warme golfjes rond in haar synapsen, zette zich vast op haar botten, legde een doorzichtige film rond haar lippen. Ze boog voorover, kuste hem zachtjes – om niets te morsen.
Zachtjes kroop de middag door haar ruggengraat, meanderde door haar bloedbaan
Met haar blik hield ze hem vast, zonder woorden sprak ze hem toe. Van deuren, die openen, terwijl andere voor je neus dichtslaan. Van sterk zijn, van volhouden en hakken in het zand. Van dat je tussen het vechten door even je hoofd in iemands schoot moet kunnen rusten. Van troost en opladen, van lief en verder kunnen. En dat ze dan hoopte, dat ze dan, dat zij dan, dat zijn hoofd altijd welkom zou zijn op haar benen, in gras, in licht, in donker, in koud, in dag, in nacht. In oprechtheid en in zacht, in altijd en in overal. En hij keek haar aan en knikte stroperige liefde haar richting uit.
-
De vrouw kijkt naar het tafereel. Klimt naar de toppen van de boom tot ze weer jaren terug is. De foto in haar handen, ziet de twee onder de boom zitten, de zon, het gras. Ziet nu dat de fragiele hoop aan de ene kant zat, en het stoïcijns vertrouwen tegenover haar. Zachtjes blaast ze nog een treurig melodietje op het al jaren verstilde vogeltje. Ze hoort er tranen in. Ze blaast de waarheid in de wind. Van dat de dingen die je doen leven, dezelfde dingen zijn die je breken. Van te veel, van te blind, te rotsvast. Van dat de jaren haar leren dat liefde een weegschaal is, en leven de kunst om deze in evenwicht te houden. Van de film, haar bloedbaan, dat haar ruggengraat moeilijk vergeet. Van het residu rond haar lippen, dat amper weg te vegen blijkt.
Van de bomen die wel het zonlicht doorlaten, maar nooit de warmte. Van vogeltjes die niet in te slikken zijn, hoe graag ze het vuur in haar midden ook zou voeden met diens klanken. Van de zoektocht naar wat van haar is, en wat niet. Van dat ze weet dat hij, dat zij, dat ze niet. En of hij dat ook. Ze ademt. Kleine donkere wolkjes. Stil vouwt ze zichzelf op, sluit haar ogen, legt zacht haar hoofd in haar eigen schoot te ruste, voorzichtig balancerend op haar tak, daar bovenin de boom.
Wenz




Sorry, ik ben drie keer opnieuw begonnen maar red het niet. Ik mag graag visualiseren terwijl ik lees maar als ik al mijn aandacht nodig heb om de zinnen te kunnen volgen dan is er geen ruimte meer voor de beelden. Daarom ben ik ook geen Couperus-fan. Waarom dure woorden en wollige zinnen gebruiken als het ook in gewoon Nederlands kan? Jammer want het gegeven is mooi.
Grappig. Ik ben juist drie keer opnieuw begonnen omdat ik het zo mooi beschreven vind. Totaal geen besef van tijd. Alleen de gedachten en het gevoel heel fijn neergezet. Een heel ander verhaaltje dan de vorigen, maar ik vond het zeker erg mooi!
“lome glimlach in het hart”… wat een mooie gedachte…
Dankjewel.
Geen probleem Toby, ieder z’n voorkeur. Wat de een dure woorden vindt, kan voor de ander dagelijks taalgebruik zijn. En wat op de een onbegrijpelijk wollig overkomt, kan voor de ander haarfijn gevoelens neerzetten zonder ze voor te kauwen of in een mal te gieten. Dat is het mooie aan woorden – het is heel persoonlijk. Jij vindt het helemaal niks en slaat deze gewoon over, voor mij is deze schrijfwijze een instrument en dat is ook prima.
‘Totaal geen besef van tijd’- dat is wel een treffende Erin. Leuk dat je het waardeert.
Jij ook dankjewel, Ton.
Ik vind die indirecte benadering, die @Toby wollig en duur noemt, net mooi.
Dit is toch gewoon kunst. Als je naar een abstract schilderij kijkt, moet je ook net je rationele kader kunnen loslaten om te voelen. Met dit stuk net zo. Er wordt iets geschetst, met veel pennestreken, met ritme, met gevoel … Het is niet vastomlijnd, maar je kan het wel zien.
Sommige dingen zijn erg moeilijk te vatten in woorden, zonder hun schoonheid, hun broosheid te verliezen. Die moet je omzichtig benaderen, omcirkelen, aangeven.
Juist in die omzichtigheid komt het gevoel, het besef, het begrip onverwachter. Ik vind dit een ongelooflijk gelaagd en geslaagd stuk. Ik ben fan vrees ik
de mooiste tot nu toe, een pracht!
Juweeltje!