Een cursus mindfulness

ALGEM_Esther_LANG_Een-cursus-mindfullness

Een beetje weifelend stond ik ‘s ochtends om kwart voor zeven voor mijn kledingkast. Wat trekt een mens aan naar een cursus mindfullness? Ik besloot voor de kleur van de hersenen te gaan en trok een velours grijze joggingbroek aan, mijn zwarte tentjurk die lekker warm is, mijn gebreide grijze gympen en sloeg tot slot een sjaal om. Daar. Mindfuller kon het niet worden wat mij betreft.

Dat ik even later ietwat detoneerde met de vrolijk geklede moeders op het schoolplein deerde me niet. Vrolijk past niet bij iets dat ‘aandachtstraining’ heet. Mijn wollige grijze outfit leek me perfect. Blijkbaar dachten de andere cursisten daar ook zo over. Veilig in een hoekje van de ruimte aan mijn koffie slurpend, kon ik ze stuk voor stuk observeren bij binnenkomst. Alleen de vermoeid uitziende man had een krijsend joggingpak aan en, zo zag ik later, een bijpassend schreeuwende handdoek om op te liggen. De overige mensen hadden zich in aardse kleuren gehuld.

Links naast me zat een vrouw die ik als normaal typeerde, maar die dat oordeel later ruimschoots teniet deed. Rechts naast me een verlegen studentikoze jongeman. Tegenover me een vrouw die aan één stuk door op haar nagels beet en bij de introductie half huilend zei dat ze een enorm laag zelfbeeld had. Dan was daar nog de vrouw die zelf wilde leren mindfulness te doceren, twee dames die ik ervan verdacht beroepspatiënten te zijn (‘ken ik jou niet van dagbehandeling, zes jaar geleden? ‘ja, volgens mij wel, ik zat toen in mijn slechte periode,’ ‘oh ja, die zelfmoordpoging toch?’) en de starende vrouw die praatte alsof ze twee liter wodka op had. Ik zou het bijna een kleurrijk stel noemen, op de aardkleuren na. Ik wilde mijn sjaal omslaan en wegrennen. Heel hard, de eerste beschikbare hoek om.

Toen we een rozijn moesten bekijken, beknijpen en beluisteren om hem vervolgens te proeven, in de mond te laten rondgaan en door te slikken, zei alles in mij dat ik echt moest gaan. Vooral ook omdat het geluid van de rozijn me misselijk maakte. Knijp maar eens in een rozijn die je dicht bij je oor houdt. Het tart alle beschrijvingen.

Toen we een rozijn moesten bekijken, beknijpen en beluisteren, zei alles in mij dat ik echt moest gaan.

Ik at het gekneusde object niet op, maar legde het op mijn grijze knie. Mijn medecursisten zeiden alle sociaal-wenselijke dingen die er gezegd moesten worden. ‘Ik heb nog nooit zo intens een rozijn geproefd.’ ‘Ik zag nu pas wat een bijzondere kleur een rozijn heeft.’ Ze leken me ineens volstrekt en zeer teleurstellend normaal.

Gelukkig zei mijn gewoon lijkende buurvrouw dat ze tijdens het kauwen dacht aan hoe ze hier weg kon komen, dat haar rozijn op een onbekende planeet leek en dat ze straalmisselijk werd van rozijnen in het algemeen. Ik wilde haar bijna op de schouder kloppen van dankbaarheid. Een soulmate.

Het liggen op een matje leek me fijn. Ik installeerde me met twee kussentjes op een plek ver weg van de docente, maar werd al snel omringd door medecursisten die verdacht dicht in mijn eigen ruimte kwamen. Vond ik. Maar aangezien die ruimte nogal klein was, was het niet meer dan logisch dat ik hutje-mutje lag met de puffende vrouw links en de vermoeide man rechts. Ik sloot mijn ogen en berustte.

De docente ging los met de aandacht. Die moest in de tenen, de kuiten, de knieën en zo verder. Ik bemerkte een lichte paniek ter hoogte van de heupen omdat we zo’n tien minuten aan elk gewricht besteedden. Ik begon me koortsachtig af te vragen of ook de haren, de wimpers en de wenkbrauwen mee zouden gaan in de aandacht, en deed mijn best om niet aan het rekenen te slaan. Nog een uur en twintig minuten op mijn rug liggen zou mijn onderrug geen goed doen, en mijn gevoel voor planning ook niet.

Ik draaide op mijn zij en keek recht in het slapende gezicht van mijn buurvrouw. Knock-out was ze. Nergens meer te bekennen. Ze snurkte. Ik kon een licht fronsen dan ook niet onderdrukken toen ze aan het eind omstandig uitlegde wat ze allemaal ervaren had tijdens de oefeningen. In your dreams, dacht ik.

In de auto op weg naar huis voelde ik me rustig. Omdat ik eindelijk weer onderweg was en mijn aandacht aan het rijden mocht besteden in plaats van aan mijn hielen. Ik at een peer en voelde me schrikbarend leeghoofdig. De volgende keer leg ik mijn matje neer naast de vrouw die een planeet in haar rozijn zag.

Esther Donkers

Bookmark dit verhaal

Esther Donkers

Amsterdammer die provinciaal ging. Columnist bij Dagblad van het Noorden en docent verpleegkunde. Schreef Berichten uit de zorg (De Bezige Bij, 2011)