Reizen per bus. Een hele andere discipline dan je laten vervoeren door een trein. Daar waar je in de trein nog wegkomt met een blaas-ontsteking ben je in de bus de sigaar. Niet dat ik er last van heb overigens, maar dat doet er even niet toe. Ik heb altijd een wat unheimlich gevoel wanneer ik mij laat verplaatsen door een bus.
Ik ervaar de medereizigers in een bus als minder intellectueel dan de gemiddelde treinreiziger. Elke keer als ik per bus door het land tour, hoop ik dit beeld bij te kunnen stellen. Elke keer is het tevergeefs. Zo ook vanavond.
Zes minuten over negen. Wanneer ik door het raam links van me kijk, zie ik troosteloze vestigingen van Leenbakker en Seats & Sofas. Draai ik mijn hoofd honderdtachtig graden naar rechts, dan doemt er een kaalgeschoren jongeman op.
De man, ik schat hem een jaar of dertig, heeft een woeste blik in zijn ogen. In gedachten lijkt hij terug te gaan naar de periode dat hij in Srebrenica zat. Zijn bruine ogen kijken agressief richting het pratende oude stelletje voor hem. Afgetrapte Nike’s en een legerbroek dragen bij aan mijn beeldvorming over Roy. Geen idee of hij Roy heet, maar dat vind ik wel een naam voor een ex-militair met een onverwerkt oorlogstrauma. Diep in zijn oren zit een flinke muziekinstallatie verstopt. Zijn minieme headset produceert meer geluid dan de acht speakers van mijn Dolby Surround-set.
Ik ervaar de medereizigers in een bus als minder intellectueel dan de gemiddelde treinreiziger.
Ik vraag me af wanneer het moment komt dat hij zich gaat bemoeien met de zeventigers voor hem. Achter mij zetelen enkele dames die moegestreden richting hun studentenhuis vertrekken. Ze hebben een verplicht paasweekend bij de ouders overleefd en klagen steen en been. En aan het geklaag te horen, denk ik dat ook de ouders van deze dames blij zijn dat hun kroost het huis weer heeft verlaten.
Mijn rechterschoen zit vastgeplakt aan de vloer. Vele liters zoete vloeistof sieren de grond. En de rechterzool van mijn roze schoen. Met mijn linkerknie moet ik de meest idiote bewegingen uithalen om de kwakken kauwgom op de stoel voor mij te ontwijken. Het is kauwgom van verschillende merken. Ik herken de bruine prop kauwgom. Dat moet Stimorol zijn. Het groen uitziende stuk heeft iets weg van een goedkoper alternatief.
De bus mindert vaart. De buschauffeur is compleet gefocust op de rode stopknoplampjes die in zijn linkeroog knipperen. Roy stapt uit. Met een wonderbaarlijke blik in zijn ogen lijkt hij alle passagiers, een man of twintig, de tyfus te wensen. Deze jongen is niet te benijden. Ik trek mijn rechterbeen los van de grond en maak mij gereed voor vertrek. Ik plak mijn merkloze kauwgom naast de andere uitgekauwde stukken. Ik hunker naar een treintoilet.
Piter Veenstra




Leuk om te lezen hoe iemand al observerend iemands leven invult terwijl je nooit zult weten in hoeverre het waarheid is. Dat is het mooie van fantasie. Het is grenzeloos en niemand heeft er last van.
Als ik de beschrijving goed lees, komt Drachten als eerst in me op. Mooi beeldend geschreven; het leest als een boek met illustraties.