Ik kies er maar voor om met een droge bos pluishaar de deur uit te stappen vanmorgen. Om het voor haar en mezelf makkelijker te maken. Het haar is fris, maar zo ziet het er niet uit en zo voel ik me ook niet. Er mist nog iets chemisch in het vachtje op m’n boze bolletje. Ach wat geeft het. Het is vijf minuten lopen en de zon schijnt.
“Wat kan ik voor je doen?” De kapster laat de klant die op dat moment net wordt gebrainwashed even doorspoelen. Terwijl ik me voor de 200ste keer in mijn leven afvraag wat er toch precies gebeurt onder die enge ratelende kap, stamel ik: “afspraak, tien uur.”
“Ga zitten, ik kom zo bij je” is de reactie en voor de 200ste keer in mijn leven vergeet ik te vragen wat er precies gebeurt onder die kap.
10 uur in de ochtend, TL-bak op mijn bakkes en een droge bos pluishaar. Ik kan me een beter begin van de dag voorstellen. Als jonge twintiger begin ik me af te vragen of de kalende haargrens wel onder handen genomen moet worden. “Krijg ik dat haar nog terug,” denk ik zachtop. “Wil je het nog gewassen hebben?” vraagt ze in de spiegel. Jammer. Neem toch aan dat ze begrijpt dat ik me in het dagelijks leven niet met een bos stro op straat begeef.
De cape gaat om, maar ik voel me geen Batman. Zelfs een masker had de trieste blik in mijn ogen niet kunnen maskeren. Zo kijkt Batman niet. Batman maakt zich niet druk om zijn haar. Batman zou zich ook niet overgeven aan een blonde, zich te jong voordoende vrouw die hem met een schaar benadert. Maar ik wel: “fatsoeneer het maar wat.”
“Krijg ik dat haar nog terug,” denk ik zachtop. “Wil je het nog gewassen hebben?” vraagt ze in de spiegel. Jammer.
Ik heb nooit geweten dat haar zo knapperig kon klinken. “Doe je er wel eens wat van wax in ofzo?” vraagt ze zo nonchalant mogelijk terwijl de plukjes haar verder knarsen tussen de bladen. “Ja zeker, maar ik dacht: is wel even makkelijk zo voor het knippen.”
Zo begon het gesprek 3 maanden geleden ook bedenk ik me ineens. Zij is het alweer vergeten, want net als de vorige keer vraagt ze of ik in de buurt woon. Blijkbaar ben je na twee bezoekjes nog geen vaste klant.
Terwijl ik me zit te verbazen over woorden als ‘chill’ die uit de ruimschoots volwassen mond van de kapster komen, vraag ik me af waarom ze er niet wat meer water bijspuit. Kennelijk geniet ze van het krakende geluid, of van mijn treurige blik. Als ze de schaar neerlegt en de föhn pakt, moet ik me beheersen. “Oké, nog niet droog genoeg dus, geen punt, blijf rustig,” weet ik mezelf te kalmeren.
Als uiteindelijk het verlossende potje wax wordt opengedraaid, zie ik de dag voor het eerst die ochtend wat zonniger in. Met enkele soepele handbewegingen wordt mijn haar nieuw leven ingeveegd. Zoals altijd volgt aan het einde van de sessie de achteruitkijkspiegel. “De bos haar is aan de achterkant een stuk voller dan aan de voorkant,” hoor ik mezelf hardop denken. “Ach, dat kunnen we prima verbloemen,” countert ze.
Lars Wendel




Gaaf hoe je zoiets als even simpel naar de kapper gaan weet te beschrijven. Ik ga de volgende keer eens letten op het geluid van haar knippen.
Vergeet niet dat je publiek leest, in plaats van luistert. Zinnen als “Neem toch aan dat…” zijn, als je leest, soms niet direct te begrijpen en als je zinnen moet overlezen, wordt het lezen soms erg vervelend.
Dit was overigens de enige zin die ik moest herlezen, dus je doet het best goed
Maar misschien is het een aandachtspuntje voor de volgende keer.