Het lenteplannetje

Het lenteplannetje

Onbewust tik ik met mijn pen onhoorbaar mee op de melodie van het draaiorgel buiten, in de Oosterstraat. De vrolijke klanken worden op de wind meegevoerd door het openstaande raam boven mijn bureau. Naast mij prijkt een flinke stapel dossiers, klaar om gearchiveerd te worden. Het werk kan mij allang niet meer bekoren. Na veertien jaar hetzelfde ben ik toe aan een nieuwe uitdaging. Ik weet al heel lang dat dat zo is. Maar telkens ontbreekt het mij aan kracht en moed om door te zetten. Met enige weemoed werp ik een blik uit het raam. Buiten schijnt de zon alsof zijn leven ervan afhangt. Op straat is het een drukte van belang. Iedereen lijkt in een jubelstemming. Het is intrigerend om te zien wat een beetje zon met de mensen doet. Met enige jaloezie sla ik hen gade. Iedereen lijkt op weg naar iets leuks, of het nou werk of vrijetijdsbesteding is. Gefrustreerd bedenk ik mij weer eens dat ik dat ook zou willen. Vol wroeging en zelfmedelijden staar ik wat voor mij uit. Tot mijn blik wordt getrokken naar een meisje op een bakkersfiets. U kent ze wel, met zo’n enorme mand voorop. Dat is hip, schijnt het. Maar het is niet de fiets die mijn aandacht trekt.

Het meisje in kwestie des te meer. Eigenlijk moet ik zeggen jongedame. Als ik wat beter kijk zou ik haar 25 geven. Of iets jonger, misschien. Het is niet haar knappe koppie dat mij opvalt, noch haar, naar ik kan oordelen, bevallig lijf. Dat is vast waar zij op donderdagavond de aandacht trekt van menig overmoedig student, maar het doet mij niets. Het is haar lach die mij bekoort. Een heerlijke, heldere en onbevangen lach. Zonder enige remming klinkt haar geschater bij de gevels omhoog. Haar lach lijkt niet bestemd voor iets of iemand in het bijzonder maar zou een algemene uiting van haar uitstekend humeur kunnen zijn, of haar welbevinden van het meer dan prachtige weer. Wat maakt het uit, ze heeft klaarblijkelijk de lente in haar bol. Wat let haar ook, ze is jong, ongebonden, met nog een heel leven voor zich.

Haar lach maakt dat de jaloezie in mij nog sterker wordt en in mijn borst rondwentelt tot een donkere bal van woede over mijn onvermogen om iets aan deze situatie te doen. Geïntrigeerd kijk ik haar na. Het duurt even voor haar lachen wegsterft, maar de stemming in de straat lijkt alleen maar beter geworden.

Drie simpele woorden slechts, scheiden mij nog van de vrolijke mensenmassa buiten.

De woede in mij neemt echter niet af maar lijkt bezit te nemen van mijn gedachten. Tevergeefs probeer ik het beeld van de vrolijk lachende dame terug te halen maar dat werkt alleen maar averechts. Ineens lijken mijn gedachten helderder dan ooit. Ik besluit dat het genoeg is geweest. Ik heb mijzelf lang genoeg weggecijferd om een vast inkomen te kunnen hebben. Ik heb mij lang genoeg onderworpen aan de grillen van dit bedrijf. Te vaak al heb ik me van alles laten welgevallen in de hoop dat het beter zou worden. Ik sterf hier elke dag een heel klein beetje, en nu is het genoeg. Ik wil leven, genieten zoals de jongedame van daarnet, die ogenschijnlijk zorgeloos door het leven gaat en dat niet onder stoelen of banken steekt. Ik wil dat ook, ik kan dat ook, ik moet alleen een keer door de zure appel heenbijten. Als het balletje eenmaal rolt zien we wel weer verder. Ik neem ontslag, dat is de enige juiste keuze.

Langzaam vormt zich een plannetje in mijn hoofd. Dat plannetje is niet nieuw. Elke lente weer stof ik het af. Elke lente weer speel ik het in mijn gedachten af. Ik weet dat mijn afdelingschef straks zijn ronde doet. Mijn bureau lijkt de enige plek waar hij altijd net iets langer blijft staan, starend naar mijn werkzaamheden. Pas als ik dan opkijk, bromt hij vaak iets onverstaanbaars, om dan na een minzaam knikje zijn ronde te vervolgen. Ik heb in veertien jaar nooit begrepen wat hij probeert te zeggen, maar iets in mij zegt mij dat het nooit veel goeds kan zijn. Toch lijkt het ook een vast ritueel tussen twee mensen die elkaar, bij gebrek aan beter, hebben geaccepteerd. Soms denk ik wel eens dat hij me de kans probeert te geven om… ja, om wat eigenlijk? Ik besluit om deze keer niet af te wachten en zelf mijn zegje te doen. Drie simpele woorden zullen mijn zoete wraak zijn voor alle keren dat hij me onzeker deed voelen over mezelf en mijn werk. Drie simpele woorden slechts, scheiden mij nog van de vrolijke mensenmassa buiten.

“Ik neem ontslag,” klinkt mijn stem zacht maar vastberaden. Mijn chef kijkt me verstoord aan en lijkt me bijna kwalijk te nemen dat ik hen in zijn dagelijkse routine heb onderbroken. Onze dagelijkse routine. Pas enkele seconden later lijkt zijn besef terug te keren en realiseert hij zich wat ik zei. Op de afdeling heerst een doodse stilte. Her en der zie ik collega’s voorzichtig langs hun beeldscherm loeren om maar niets te hoeven missen van wat nu volgen gaat. “Wat zei je daar?” De stem van mijn chef lijkt enigzins te haperen. Mijn hart jubelt, ik heb een onomkeerbare situatie in gang gezet, hierna kan ik niet meer terug. “Ik neem ontslag”, en prompt voeg ik daad bij woord door mijn weinige bezittingen in mijn rugtas te proppen en mijn jas van de kapstok te halen. Mijn chef lijkt met lamheid geslagen en kijkt me verbijsterd en wanhopig aan, niet wetend wat te zeggen. Pas wanneer ik aanstalten maak om het vertrek te verlaten barst hij los in een niets- en niemand ontziende tirade. Maar vastberaden trek ik de deur achter mij dicht, waardoor van zijn stortvloed aan verwensingen niets meer overblijft dan een sonoor gebrom. Het is goed zo.

Wanneer ik de buitendeur openzwaai komt het rumoer me reeds tegemoet. De zon brandt op mijn gezicht en het gekwetter van de vogels klinkt mij als trompetgeschal, alsof een groot overwinnaar in aantocht is. Mijn borst zwelt op, maar het is niet de woede deze keer, zuiver blijheid maakt zich van mij meester. Ik maak mijn fiets los en kijk de Oosterstraat in. Met de fiets aan mijn hand stap ik de straat op. Als ik wil opstappen maakt een onbedwingbare lach zich van mij meester. Ik kijk nog eens de straat in. Zou ik ook…?

Geert Smit

Bookmark dit verhaal

Geert Smit

In het dagelijks leven online consultant. Asfaltfundamentalist in hart en nieren. Schrijft zijn gedachten graag van zich af op onmenselijke uren.