Ik las een stuk van Midas Dekkers toen ik opeens weer aan haar dacht. Midas vertelde over vrouwen met rood haar, over hun glazen wenkbrauwen, over regenbogen en potten met goud. Ik dacht aan die regenboog. Daar aan het einde, waar zo’n troebele regenboog de aarde raakt, bevindt zich het beloofde land. Daar wachten geluk, rust en een thuis.
Ik dacht wéér aan haar toen ik op een vroege zondagochtend door de polder fietste. Op de veranda van een oude dijkwachterswoning zat een ouder echtpaar te genieten van de opkomende zon. Al heel lang samen gelukkig. Niets of niemand was de afgelopen zestig jaar bij machte geweest tussenbeide te komen. Alleen de tijd zal ook voor hen te sterk zijn. Vroeg of laat.
Sinds het nieuwsbericht uit 2008 over de nepbushaltes bij Duitse verpleegtehuizen zie ik haar geregeld voor me. De nepbushaltes staan er om weggelopen ouderen makkelijk terug te vinden. Dementerende bejaarden gaan er zitten wachten op een bus die nooit komt. Eenmaal opgehaald door het personeel zijn ze alweer vergeten dat ze bijna thuis waren.
De bushalte heeft een comfortabel bankje. Ze omklemt de leren tas die stevig op haar schoot staat. De stok in de hoek tegen het dikke glas.
Ze staat op m’n netvlies gebrand zonder dat mijn netvlies ooit die kans heeft gehad. Een oude, magere vrouw die wegsluipt uit de koffiezaal van het tehuis. “Even naar de wc”, zegt ze tegen de man die naast haar zit. Hij hoort het niet. Ze pakt haar tas en wandelt weg, steunend op haar stok. De verpleegsters schenken iedereen nog eens bij. Glazen schuifdeuren gaan open. De vrouw wandelt weg zonder jas. Het halfronde pleintje gaat over in een breed pad. Niemand te zien, niemand die haar ziet. Ze wandelt zonder om te kijken tussen de plantenborders door. Ze is al bij de straat. Hier achter de bomen kan niemand haar zien. Rechtsaf. Het is windstil, een waterig zonnetje breekt door, een enkele auto rijdt voorbij. Rustig vervolgt ze haar weg.
De bushalte heeft een comfortabel bankje. Ze omklemt de leren tas die stevig op haar schoot staat. De stok in de hoek tegen het dikke glas. Ze kijkt op haar horloge. Haar oude, lichtblauwe ogen stralen. De rimpels in haar gezicht worden duidelijker. Heel eventjes lijkt het alsof ze ondeugend lacht, net als vroeger. Dan pakt ze een kammetje en haalt hem soepel door haar dunne, spierwitte haar. Haar andere hand volgt de beweging van de kam. Tevreden denkt ze aan thuis. Aan haar lieve man die met koffie op haar wacht. Nog één keer kijkt ze naar links. De bus zal zo wel komen.
Maarten Peetsma




Als ik een verhaal twee of meer keer moet lezen is het meestal omdat ik ergens de draad kwijt ben. Nu was het puur omdat het zo ontzettend mooi is.
Hoi Maarten,
Heel ontroerend en bijzonder mooi geschreven. In gedachten zie ik het helmaal voor me. Omdat ik jarenlang demente bejaarden heb verzorgd, weet ik het weer helemaal. De mooiste tijd van mijn leven als ik jou verhaal lees. Maar dat komt nu even boven. Elke tijd is er natuurlijk om van te genieten. En dat doe jij volgens mij met volle teugen en je kunt het ook nog heel mooi op papier zetten ook. Ga zo door en blijf vooral heel erg GENIETEN!!
Je vader.
Met zoveel zachtheid beschreven, inderdaad ontroerend. De mens in ieder mens zien, dat is een gave.