Addertje onder het gras

Addertje onder het gras van Lars Wendel op Het Pennetje

Een drassig voetbalveld, midden in de winter in Noord-Nederland. Zes lichtmasten verlichten de oneffen, kalende grasmat. Dauw glinstert over de te lange grassprieten en de bal die langs rolt beweegt een spoor van waterdruppels in een sierlijke boog omhoog. Ik kijk de bal na en loop nog wat heen en weer. Het is winterstop en we spelen weer eens een oefenwedstrijdje. Mijn stijve rug herinnert me eraan dat het alweer een tijdje geleden is. Hoe troosteloos deze avond ook lijkt, je kan me niet gelukkiger krijgen.

Noppen tikken in koor over de tegels langs de kantine, op weg naar de kleedkamers. De stijfheid heerst nog steeds, maar met een paar pijnstillers moet het wel lukken. Ben ik zo’n hark? Word ik oud? Is het dat nieuwe bed? Volgens de dokter ligt het aan buikslapen, slecht voor je rug. Maar sinds ik een andere pose heb aangenomen om mijn gesnurk drastisch te verminderen gaat dat niet meer op.

Te midden van 21 gelukkige mannen loop ik met twee handen in mijn rug het veld op. Mijn gelukkige gevoel is inmiddels vervangen door twijfel over de staat van mijn achterzijde. Hoe los ik ook probeer te worden; mijn rug voelt steeds vaster aan. Als slagroom dat eindeloos geklopt wordt totdat de beweging eruit is. Ach, voetballen doe je niet met je rug (Ronaldinho uitgezonderd) en ik ben hier niet voor niets.

Van de 22 man die het veld verlaten, ben ik verreweg de meest ongelukkige.

Twee ballen en drie halve sprintjes later slaat de twijfel over in spijt. Eén klein tikje van zo’n gelukkige gozer brengt me uit balans en ik val als een oud wijf met twee handen vooruit in het gras. Ik val niet eens echt. Maar terwijl ik op handen en knieën op het veld zit, schiet er vanuit de grond een pijnscheut door mijn linkerbeen naar mijn onderrug. Het voelt alsof een elektrisch geladen addertje onder het gras vandaan komt en met de snelheid van het licht mijn linkerbil opzoekt.

Als een nog ouder wijf kom ik overeind, maar eigenlijk kan ik alleen maar liggen. Voorover, achterover, gehurkt, er is geen manier van staan zonder de stekende pijn van die elektrisch geladen adder in mijn rug. Als een geschenk uit de hemel fluit de scheidsrechter af voor de rust. Van de 22 man die het veld verlaten, ben ik verreweg de meest ongelukkige. Eén voor één voorbij wandelen ze aan me voorbij, terwijl ik mezelf geen houding weet te geven. De teamleider ziet me creperen van de pijn en ontfermt zich nog even over mijn gestel. Maar ook hij merkt al gauw dat de adder zich diep in mijn rug heeft genesteld. Misschien is het woord gesetteld zelfs meer op zijn plaats.

De neuroloog vertelde me een paar helse nachten later dat het addertje de naam Hernia droeg. Ze had hem eerder ontmoet, ook bij jonge mensen. Ik dacht altijd dat je daarvoor wat ouder en tamelijk onsportief moest zijn. Bij jongeren houdt Hernia het na zes weken vaak wel voor gezien. Bij mij ook. Wel werd me verteld dat Hernia terug kan keren. Maar dat dat na een half jaar al het geval zou zijn…

Lars Wendel

Bookmark dit verhaal

Lars Wendel

Opgegroeid onder de rook van 050. Houdt van een tekstje en een filmpje. Uitte zijn liefde bij Dagblad van het Noorden en zoekt nu naar een nieuwe liefde.