Vertrekstation, 08:10. De intercity stopt, en ik lurk aan mijn stotterend bestelde cappuccino. Nadat ik mijn meereizende maat het raadsel voor logopedisten heb uitgelegd, vraag ik: ‘En…jij nog iets spannends meegemaakt?’ ‘Ehh, nee?’ Logisch. Sjef heeft toetsweek. Ik ben raamambtenaar. Twee dagen geleden ook al. Toen reisden we ook vanaf half zeven. Tja. Het leven is naar. Ook voor ons.
Voordat de meest onboeiende vraag des levens wordt gepareerd met ‘Jij?’ worden we onderbroken. Een man met een laptop: ‘Niet gezien dat dit de stiltecoupé is?! Nee?! Dat is het. Zouden jullie willen stoppen?!’ Als schijterige hufters zeggen we ongemeend ‘Sorry’ en terwijl we elkaar aankijken, beoordelen we meneer als een lul.
Meneer is natuurlijk geen lul. Sterker: meneer is juist. Het is duidelijk aangegeven, en er zijn niet-stilte wagons. Als wij dan kiezen voor een fascinerend gesprek, dan moeten we maar gebaren doen. De accountant of manager of prutser kan dus lekker hoorbare toetsaanslagen blijven tikken, terwijl de rest bot gecommandeerd z’n muil houd. Leuk is anders. Maar we zitten in de stiltecoupé, en pantalons met lunchtrommels zijn nu eenmaal zo.
Eerste halte, 08:nogwat. Acht trainingsbroeken / gymdocenten & gymdocentes in spé komen met een voor onze held frustrerende dosis testosteron, oestrogeen, conditie en zelfvertrouwen binnen. Een halve minuut later gaan we weer, en, je raadt…
‘Niet gezien dat dit de stiltecoupé is?! Nee?! Dat is het. Zouden jullie willen stoppen?!’ Als politiek-correcte kneusjes denken we ‘Dat mag gezegd worden’ en benieuwd als we zijn kijken we wat er gebeurt. Helaas voor hem, hebben de alpha-mannetjes en -vrouwtjes geen ochtendhumeur. Dertig zinnen verbale pulp volgen, en de held staat op.
‘Niet gezien dat dit de stiltecoupé is?! Nee? Dat is het. Zouden jullie willen stoppen?’
Held: ‘Zeg, kunnen we alsjeblieft een beetje sportief doen jongens? Het is duidelijk aangegeven. Als je wilt praten, ga dan naar beneden toe.’
Baas alpha-mannetjes: ‘Meneer, u bent de eerste die ik daarover hoor. Wij mogen hier toch wel praten ofzo.’
Held: ‘Nee.’
Baas alpha-mannetjes: ‘Jonge…ga alsjeblieft zitten ofzo. Doe normaal.’
De held druipt af.
Één of ander mislukt intercity-kutstation 08:nog iets meer. We stoppen, omdat het volgens drie boeren, een paardekop en de lokale overheid uitkan. De krakende remmen en de dode omgeving noodzaken het gezelschap tot nog meer gezelligheid. Wanneer de trein tot stilstand komt bedenkt de typert zich dan ook geen moment. De deuren gaan open. Hij sprint naar buiten, waardoor iedereen plots…
Stil wordt, want.. het zal toch niet dat.. meneer de conducteur ophaalt? Terwijl de trein stilstaat, bouwt de spanning zich op tot de woorden ‘Wat een kerel of niet?’ de sfeer doorbreken. Zonder aarzeling klaren ook de meisjes op. Met geroddel in de achtergrond, verdwijnt mijn spanning. Wat blijft: maatschappelijke nieuwsgierigheid.
We komen weer in beweging, en alle ogen richten zich op de deur. Zonder gêne grapt iedereen nog even wie de alleen gelaten laptop pakt. ‘Hahaha’, een scheet, nog een lach, en de deur gaat open. De held is
terug. Zonder conducteur. En gelukkig ook zonder mes, honkbalknuppel of geweer. Hoogstwaarschijnlijk wel met een teleurstellende ervaring in klantvriendelijkheid van de Nationale Service, en het geweten dat hij ongeschikt is voor de landmacht. De held kijkt daarom nog één keer naar de winnaars, en gaat vervolgens zuchtend zitten. Emotioneel uitgeput staart hij de rest van de reis naar zijn scherm.
Eindstation, 08:40. We stappen uit, en de vier dames van het gezelschap passeren. Vlak voordat de jongens dat ook doen, staat echter mijn meereizende maat op. ‘Wacht even jongens’ beveelt hij en terwijl ik via zijn blik besef wat er gaat gebeuren kijkt de held met een lach naar de jongens. Zijn dag is immers weer gemaakt.
Marco Wekking


