Allegaartje op het station

Allegaartje op het station van Niels Vandormael

M ijn hoofd doet pijn, mijn spieren zijn nog hard van de te korte nacht in het te harde bed. Ik probeer een van groene bovenbalk voorzien dagblaadje uit de daarvoor bestemde bak te rukken. Natuurlijk plakken de vodjes aan elkaar. Een gratis krantje is echter een must, dus ik besteed iets meer tijd en moeite dan eigenlijk de bedoeling is. Achter me staat de volgende alweer te drammen. Het krantje komt los, snel weg van de bende krantjes-hyena’s.

Terwijl ik de stationshal binnenloop vraag ik mij af of ik nog tijd heb om de basisbenodigdheden in het leven bij te vullen. Mijn geest voert de mentale strijd om de perfecte afweging tussen geld, sigaretten, eten en tijd te maken. Afwisselend kijk ik naar de tijd op de stationsklok en de tijd op mijn iPhone. De tijd zal er niet sneller noch langzamer van lopen, een iets rustiger gevoel hou ik er wel aan over. Toch maar sigaretten en eten halen. Ik leef mijn leven op de rand.

Het is elke keer weer een vreemde ervaring dat treinreizen. Terwijl ik door het station loop komt een ongelofelijke variëteit aan mensen langs. De eenzame reiziger die net iets te hard naar zijn of haar trein sprint. De kakelende groepen vrouwen die zelfs om acht uur ‘s ochtends graag de details over hun meest recente anale ervaring delen met de rest van de reizigers. Tot aan de grijze man die een zelfverklaard orakel blijkt te zijn.

Zuchtend vragen ze zich af waarom die oude vrouw niet sneller op haar veredelde pantoffels de stationsvloer betreed.

Rustig bekijk en beluister ik het schouwspel. Koppeltjes vlooien als Bonobo-apen in het paarseizoen, zakenmannen roken een sigaret met de BlackBerry in hand en het FD onder de arm. Terwijl hippe oma de kleinkinderen in het gareel houdt met zoetigheid, loopt de stonede hippie achter hen langs. Plotseling is het voorbij met de rust, er komt een golfbeweging op gang. De meute ziet in de verte de contouren van de trein.

Jaren vraag ik mij al af hoe deze mensen het doen. Toch weet de meute schijnbaar elke ochtend welke kant zij gezamenlijk op gaan trekken. Blijkbaar is de ervaren treinreiziger in staat om op afstand met het blote oog de snelheid en remafstand van een trein in te schatten. Dit alles zodat hij of zij precies voor een deuropening van de trein beland.

Dan start de laatste fase, voor ik rustig aan mijn ontbijt en krant kan beginnen. Samengedrukt wachten de mensen voor de deuren. Dat de mensen die uitstappen er nauwelijks langskomen, deert ze niet. Zuchtend vragen ze zich af waarom die oude vrouw met wandelstok niet sneller op haar veredelde pantoffels de stationsvloer betreed.

Wanneer de laatste persoon is uitgestapt lopen we als een kudde Gnoes naar binnen. De groepjesreizigers moeten natuurlijk een plek vinden om samen te kunnen zweren. De eenzame reiziger zoekt naar een plek alleen. Naast een vreemde in de trein zitten is ´not done´ dan gaat de eenling nog liever staan, tussen de andere eenzaten in de tussenstukken.

Eindelijk vind ik mijn plekje, tegenover twee keuvelende dames rond midlifecrisis leeftijd. Dat wordt smullen.

Niels Vandormael

Bookmark dit verhaal

Niels Vandormael

Studeert journalistiek, maar schrijft liever fictie dan feiten. Hoopt nog eens een boek te schrijven en wil met zijn hoofd op televisie belanden.