De Kerklaan

De Kerklaan van Lars Wendel op Het Pennetje

Het is zo’n dag dat kuddegedrag onontkoombaar is. Eén van de eerste zomerse dagen van het jaar, wanneer de kwetsbare bleke huid de nieuwe zonnestralen met enige moeite absorbeert. Het onwennige turen in de kledingkast, op zoek naar de ondergesneeuwde zomerse kleding. De dag dat het onthullen van het witte bovenlijf het nodige lef vereist. In de stad Groningen komt deze dag op één plek het beste tot uiting: in het Noorderplantsoen.

Één, soms twee keer per jaar geef ik toe aan het kuddegedrag. Zo ook vandaag. Ik begeef me met mijn vriendin, handdoek en enkele liters vocht naar de plek waar voor alle smaken Groningers plek is. De weg die ons naar het park moet leiden is de Kerklaan. De straat waar een bronzen vrouwenbeeld uit de bosjes opduikt en de weg waaraan zich een fietsenmuseum bevindt. De Kerklaan, waar zijn leven zich voornamelijk afspeelt.

Zodra de trein over onze hoofden heen dendert en we de Kerklaan inlopen, komt hij ons al tegemoet. Aan zijn trage pas valt niet af te zien dat hij zich de hele dag al in dezelfde straat bevindt. En als ik niet beter wist, was het gewoon een man die rustig de stad rondslenterde zonder enig besef van tijd. Maar zodra hij de tunnel onder het spoor bereikt, zal hij zich omkeren en ons spoor volgen. Hij moet namelijk in de Kerklaan blijven, want dat is zijn werkterrein.

Het is een man waaraan je niet zomaar voorbij loopt. De lege blik in zijn ogen schiet altijd kort langs de jouwe.

Het is een man waaraan je niet zomaar voorbij loopt. De lege blik in zijn ogen schiet altijd kort langs de jouwe. Hij kijkt je altijd even emotieloos aan. Ik vraag me af of er wat gaat gebeuren en ga uit voorzorg tussen mijn vriendin en hem inlopen. Hij passeert, ik voel dat hij even aarzelt, maar hij laat ons met rust.

Enkele uren later, onder invloed van UV-straling en verlangend naar ijs stapt mijn vriendin de supermarkt aan de Kerklaan binnen. Ik wacht buiten met mijn krantje, om verwarring bij de caissière te voorkomen. Links van mij zit een hond, vastgeketend aan de fietsenstalling. Zodra mijn blik de rechterkant op draait, ontmoet ik die blik weer. Die lege blik van hem, de zwerver. De lege blik in zijn donkere gezicht. Donker van vuil en van huidskleur. Ook zijn kleren zijn vies, en veel te warm voor deze dag. Dit keer loopt hij anders, gerichter, met een doel. Waar ik de heenweg nog een aarzeling voelde, weet ik dat er dit keer iets gaat komen. Het geslof van de man stopt, de blik houdt aan en hij mompelt: “Heb je wat kleingeld?” Even val ik stil.

Nog voordat ik “eh” uit kan brengen klinkt er een oorverdovend hard geblaf aan mijn linkerkant. De lijn aan het fietsenrek wordt strak getrokken en de hond vliegt op de zwerver af. Ik schrik, maar hij niet. Stoïcijns sjokt de man verder. Als ik de hond tot rust maan, is de zwerver alweer bijna bij het spoortunneltje. Zou die denken dat het mijn hond is? Hij zal me zo weer passeren, maar ik denk dat ie me dan wel weer met rust laat.

Lars Wendel

Bookmark dit verhaal

Lars Wendel

Opgegroeid onder de rook van 050. Houdt van een tekstje en een filmpje. Uitte zijn liefde bij Dagblad van het Noorden en zoekt nu naar een nieuwe liefde.